Ik heb een leerling-stagiair op stage



Wat bedoelt men met de leerling-stagiair als gelijkgestelde werknemer?

carmen stageEen leerling secundair onderwijs die stage loopt, wordt beschouwd als een “gelijkgestelde werknemer”. Dit impliceert dat de federale arbeidswetgeving, waaronder de wet in verband met welzijn op het werk van 4 augustus 1996, op de leerling-stagiairs van toepassing is.

In het koninklijk besluit van 21 september 2004 zijn specifieke bepalingen inzake de bescherming van leerling-stagiairs opgenomen. Dit besluit legt op dat het gezondheidstoezicht in principe dient uitgevoerd door de arbeidsgeneesheer van de werkgever en dat de kost hiervan door de werkgever moet worden gedragen. In overleg kan de school deze verplichting overnemen en zelf instaan voor het gezondheidstoezicht via de arbeidsgeneeskundige dienst van de school. Dit staat dan vermeld in de stageovereenkomst. Het document ‘Welzijn op het werk voor leerling-stagiairs die stage lopen’ gaat op deze materie dieper in.

Hieronder de link naar het document ‘Welzijn op het werk voor leerling-stagiairs die stage lopen’:


Hoe zit het met het arbeidsgeneeskundig onderzoek en de risicoanalyse?

_DSC3680 (Small) OH LAHet gezondheidstoezicht is in theorie ten laste van de stagegever. In onze school wordt het gezondheidstoezicht toevertrouwd aan de externe dienst voor preventie en bescherming op het werk IDEWE, Kunstlaan 16 in Hasselt.

Wij vatten de belangrijkste punten samen:

  • de stagegever bezorgt op voorhand de risicoanalyse van de werkplaats waar de leerling-stagiair terecht komt, aan de school. Is de stagegever een eenmanszaak, dan maakt de stagebegeleider van de school de risicoanalyse op;
  • de school moet op basis van deze risicoanalyse oordelen of er al dan niet verhoogde risico’s voor de leerling-stagiairs aanwezig zijn;
  • bij verhoogde risico’s stuurt de school de leerling-stagiair voor een geneeskundig onderzoek naar de externe dienst voor preventie en bescherming op het werk waarbij zij is aangesloten;
  • na voorlegging van de stageovereenkomst en de risicoanalyse vindt het onderzoek plaats;
  • indien de leerling-stagiair geschikt is, krijgt hij een attest;
  • de kosten worden door de externe dient gefactureerd aan het federaal fonds voor beroepsziekten;
  • wie geen 18 jaar is en geen verhoogde risico’s loopt op de stageplaats, moet geen arbeidsgeneeskundig onderzoek ondergaan. Het medisch schooltoezicht volstaat.

De regelgeving is duidelijk, het financieel aspect wordt geregeld door de arbeidsgeneeskundige dienst van de school. Voor de school en de stagegever zijn er geen kosten, indien ten minste het arbeidsgeneeskundig onderzoek gebeurt door de externe dienst van de school.


Krijgen leerling-stagiairs een vergoeding?

Leerlingenstages zijn in principe onbezoldigd. Indien de leerling-stagiair bijkomende kosten heeft, bv. kleding, schoenen, vervoer, … zijn deze ten laste van de leerling-stagiairs.


Wanneer komt de leerling-stagiair op stage?

De stagekalender wordt elk jaar ruim op voorhand opgemaakt zodat deze kan besproken worden in de wettelijke overlegorganen.

Hieronder de link naar de stagekalender van dit schooljaar:


Welke uren moet een leerling-stagiair stage lopen?

thibeau stageDe leerling-stagiair loopt in principe stage van maandag t.e.m. zaterdag tussen 6 en 22 uur in het domein Handel, tussen 6 en 22 uur in het domein Personenzorg. Begin- en einduren worden op voorhand vastgelegd in de leerlingenstageovereenkomst. We houden hierbij rekening met de bereikbaarheid met het openbaar vervoer van de stageplaats en dienen hierbij ook steeds te zorgen dat onze leerling-stagiairs tijdens deze uren voldoende begeleiding hebben.

Pauzeregeling voor de leerling-stagiairs is dezelfde als voor het personeel. In principe tellen deze pauzes niet mee om tot het maximum aantal stage-uren te komen, behalve indien het personeel deze pauzes betaald krijgt.

De leerling-stagiair volgt het werkregime op de stageplaats. Dat wil zeggen dat de stageplaats in samenspraak met de stagecoördinator van de school het begin- en einduur van de stage bepaalt. Op die manier kunnen de leerling-stagiairs op een realistische wijze kennis maken met het beroep en het werkveld. Dit kan tot gevolg hebben dat er bv. op woensdagnamiddag ook stage moet gelopen worden.

Een leerling-stagiair mag globaal genomen per dag nooit meer dan 8 klokuren presteren. Een week telt voor de leerling-stagiair maximaal 36 klokuren van 60 minuten.

Stage-uren in het domein Personenzorg BSO

Leerlingen-stagiairs lopen in het totaal 32 klokuren (zonder pauze) per week stage.

  • Leerling-stagiairs van het 5de jaar Verzorging lopen stage tussen 7.30 uur en 17 uur. Leerling-stagiairs van het 6de jaar Verzorging lopen stage tussen 7 uur en 18 uur. Leerling-stagiairs van het 7de jaar Kinderzorg en  van het 7de jaar Thuis- en bejaardenzorg/zorgkundige lopen stage tussen 6 uur en 22 uur.
  • Leerling-stagiairs van het 5de jaar Organisatiehulp lopen stage tussen 8 uur en 19 uur.
  • Leerling-stagiairs van het 6de jaar Organisatiehulp lopen stage tussen 7 uur en 21 uur.
  • Leerling-stagiairs van het 7de jaar Organisatie-assistentie lopen stage tussen 6 uur en 22 uur.

Stage-uren in het domein Handel BSO

  • De leerling-stagiairs van de studierichtingen 6 Marketing & Management en 6 Business en IT lopen lopen tijdens de blokstages stage tussen 8 en 18 uur op weekdagen. Leerling-stagiairs die stage lopen in een bedrijf met een sluitingsdag op maandag, lopen op zaterdag stage.
  • De leerling-stagiairs van 6 ORA lopen alternerende stage op een weekdag tussen 8 en 18 uur. Een hele dag telt 7 klokuren. De pauzes worden niet meegerekend. De leerling-stagiairs van 6 ORA hebben bovendien 2 keer een blokstage van een week. De weggevallen lessen wegens de blokstage worden niet ingehaald.
  • De leerling-stagiairs van 7 OFA lopen alternerend stage tussen 8 en 18 uur gedurende een hele dag van 8 klokuren.
  • Leerling-stagiairs van het 7de jaar Logistiek lopen stage tussen 6 en 22 uur volgens de formule van blokstages.

De stagegever bepaalt op welke dagen de leerling-stagiair deze uren presteert in functie van het leerproces van de leerling-stagiair. Afwijkingen van deze regel kunnen door de stageplaats steeds voorgesteld en besproken worden met de stagebegeleider en de stagecoördinator van de studierichting.


Op welke dagen doet een leerling-stagiair geen stage?

Leerling-stagiairs lopen in principe geen stage op zaterdag. Uitzonderingen hierop kunnen in het domein Personenzorg, afhankelijk van de stageplaats (bv. als er sluitingsdag is op een weekdag). Hierover is steeds overleg met de stagecoördinator. Leerlingen lopen nooit stage op zondag en op wettelijke feestdagen. Stages in het secundair onderwijs zijn door de wetgever verboden op zondag en wettelijke feestdagen.

Alle leerling-stagiairs zijn vrij van leerlingenstage tijdens de pedagogische studiedag en de brugdagen. Tijdens deze dagen kunnen wel de inhaalstages gebeuren.

Tijdens andere activiteiten zoals bv. VOET-dag, sportdag, Chrysostomos, verkeersdag, … blijven de leerling-stagiairs op de stageplaats.


Wat gebeurt er als een leerling-stagiair tijdens de stage afwezig is?

_DSC3808 (Small)oh keukenIndien de leerling-stagiair een stagedag mist, dient hij deze in te halen (INHAALSTAGE).

Afwezigheid op de stageplaats dient steeds gewettigd te worden met een doktersattest (bij ziekte) of een ander verantwoordingsstuk (overlijdensbericht familielid, oproepingsbrief voor rechtbank, …). Een gele kaart van de school wordt niet aanvaard als wettelijk verantwoordingsstuk bij afwezigheid op een stageplaats.

Uitzonderingen

In volgende situatie moet de leerling-stagiair de gemiste stagedag(en) niet volledig inhalen:

  • Indien de leerling-stagiair een begonnen stagedag vroegtijdig onderbreekt, met een minimum dienst van 4 uur, telt deze dag als een gewerkte dag.
  • Indien de leerling-stagiair tijdens één stageperiode (blokstage of trimester) meermaals een stagedag vroegtijdig onderbreekt, worden alle onderbroken dagen ingehaald.
  • Indien de leerling-stagiair een blokstage heeft van één week en de hele week afwezig is geweest, dan wordt de volledige blokstage ingehaald.
  • Bij overlijden van ouder, broer, zus of ander inwonend familielid tijdens de blokstage mag de leerling-stagiair maximum vier opeenvolgende dagen stage missen aansluitend op het overlijden van het familielid zonder dat de leerling-stagiair deze dagen moet inhalen.
  • Bij overlijden van een niet-inwonend familielid moet de dag van de begrafenis niet ingehaald worden.
  • Bij een ongeval waarbij de leerling-stagiair betrokken is: gedurende 3 van de 4 (of 2 van de 3) periodes of 75 % van de stagedagen moet de leerling-stagiair stage gevolgd hebben. Indien hij daar niet aan komt, moet hij de stage inhalen tot dit niveau. Indien de stage bij verschillende werkgevers wordt gedaan, dan geldt hier de regel van 75 % bij eenzelfde doelgroep.
  • Bij bevalling van de leerling-stagiair: gedurende 3 van de 4 (of 2 van de 3) periodes of 75 % van de stagedagen moet de leerling-stagiair stage gevolgd hebben. Indien zij daar niet aan komt, moet zij de stage inhalen tot dit niveau. Indien de stage bij verschillende werkgevers wordt gedaan, dan geldt hier de regel van 75 % bij eenzelfde doelgroep.
  • Bij een operatie en ziekte van meer dan 2 weken: gedurende 3 van de 4 (of 2 van de 3) periodes of 75 % van de stagedagen moet de leerling-stagiair stage gevolgd hebben. Indien hij daar niet aan komt, moet hij de stage inhalen tot dit niveau. Indien de stage bij verschillende werkgevers wordt gedaan, dan geldt hier de regel van 75 % bij eenzelfde doelgroep.
  • Indien de leerling-stagiair blokstage heeft en minder dan 2 weken en meer dan 1 week ziek is, moet hij de helft van de gemiste stagedagen inhalen met een minimum van 3 dagen.
  • Indien de leerling-stagiair blokstage heeft en minder dan 1 week ziek is, moet hij alle gemiste stagedagen inhalen met een maximum van 3 dagen.
  • Indien de leerling-stagiair opgeroepen wordt voor de rechtbank, moet hij de stage niet inhalen.
  • Indien de stageplaats een uitzonderlijke sluitingsdag heeft, moet hij de stage niet inhalen.

Indien de leerling-stagiair in specifieke situaties niet in staat is om stage te lopen, kan hij een gemotiveerde aanvraag indienen bij de directie om vrijgesteld te worden van inhaalstage (gedeeltelijk of volledig).

Wanneer vinden de inhaalstages plaats?

De stagecoördinator van de studierichting bepaalt, in overleg met de stageplaats wanneer inhaalstages plaats vinden. Dit kan ook tijdens vakanties of andere schoolvrije dagen. We verwachten van de leerling dat ze de geplande inhaalstage volgens afspraak loopt. Indien de leerling deze afspraken niet nakomt is er geen mogelijkheid meer om de stage in te halen en wordt dit automatisch een beslissing van de delibererende klassenraad.

Waar moet de leerling-stagiair de inhaalstage lopen?

De leerling-stagiair haalt in principe de stage in op de werkplek waar hij stage gemist heeft.

Indien dit niet mogelijk is, bepaalt de stagecoördinator van de studierichting, in overleg met de stagebegeleider, waar de stage wordt ingehaald.

Stagebegeleiding tijdens inhaalstages

Tijdens de inhaalstage wordt door de school in begeleiding van de leerling-stagiair voorzien.

De stagebegeleider die tijdens het schooljaar toegewezen is aan de leerling-stagiair en door afwezigheid van de leerling-stagiair de stage niet heeft kunnen begeleiden, neemt in principe de stagebegeleiding op zich tijdens de inhaalstage.

De inhaalstage in de vakanties wordt ook in eerste instantie toevertrouwd aan de stagebegeleider die toegewezen was aan de leerling-stagiair. In principe is elke stagebegeleider daarom een week beschikbaar voor het begeleiden van inhaalstages. In samenspraak met de stagecoördinator van de studierichting wordt dit schriftelijk vastgelegd voor het einde van het eerste trimester. Indien het geplande engagement door omstandigheden niet mogelijk is, neemt de stagecoördinator van de studierichting initiatief om een andere stagebegeleider aan te stellen en zorgt voor compensaties (vervangingen derde trimester en/of stagebegeleiding grote vakantie).

De begeleiding van stages in de grote vakantie wordt in samenspraak met de stagecoördinator van de studierichtingen vastgelegd. De leraar die in de vakantie stages begeleidt, krijgt compensaties afhankelijk van de extra-inspanningen zoals bv. vrijstelling van inschrijven, sociale taken, vervangingen, … De stagecoördinator van de studierichting overlegt hierover met de directie.


Hoe gebeurt de evaluatie?

_DSC3745 (Small) vz ozvDe evaluatie

De stagebegeleiders maken in de loop van elke stageperiode een evaluatie op van de leerling-stagiair. Deze evaluatie moet minstens gebaseerd zijn op:

  • de beroepscompetenties met de uitgeschreven gedragsindicatoren voor de verschillende beheersingsniveaus;
  • de observaties van de leerling-stagiair tijdens het stagebezoek;
  • het stagewerkboek of digitale stageportfolio;
  • de gesprekken met de stagementor;

De stagebegeleider formuleert werkpunten en tekent een groeipad uit voor de leerling-stagiair.

In principe zou een leerling-stagiair met een jaaronvoldoende op stages niet mogen slagen. Het werkveld oordeelt immers dat de leerling-stagiair de noodzakelijke competenties niet bezit om over te gaan naar een hoger jaar of naar een job in de sector.

Zelfevaluatie door de leerling-stagiair

Het is belangrijk dat ook de leerling-stagiair zichzelf leert evalueren op basis van de uitgeschreven beroepscompetenties. Nadien moeten de beoordelingen van de leerling-stagiair en deze van de leraar met elkaar vergeleken worden. Op basis hiervan voert de stagebegeleider een reflectiegesprek of functioneringsgesprek met de leerling-stagiair. In hoeverre deze zelfevaluatie meetelt bij de eindbeoordeling, moet binnen de studierichting met de stagecoördinator en stagebegeleiders worden afgesproken. Deze zelfevaluatie en het verslag van het reflectiegesprek kunnen eveneens opgenomen worden in het portfolio van de leerling-stagiair.

Globale beoordeling stages

Op het einde van een stageperiode moeten wij komen tot een globale beoordeling van de stages. De stagebegeleider overlegt hierover met de collega’s stagebegeleiders en met de stagementor. Zij vertrekken hierbij van het beroepsprofiel en van de uitgeschreven competenties met de gedragsindicatoren en de leerlijn gedurende de verschillende schooljaren. Zij houden eveneens rekening met de geformuleerde werkpunten en met evolutie van de leerling-stagiair tijdens de hele stageperiode.

Relatie van leerlingenstages met de geïntegreerde proef

Via de geïntegreerde proef moeten wij concluderen of de leerling voldoet aan het beroepsprofiel van de studierichting. Meestal bestaat deze geïntegreerde proef uit volgende componenten:

  • de richtingspecifieke vakken;
  • de stages;
  • de opdrachten tijdens de stages;
  • het eindwerk;
  • de mondelinge verdediging van de geïntegreerde proef.

Hoe werkt de stageportfolio in het studiegebied Handel?

De leerling-stagiair is verplicht om zijn stageporfolio bij te houden waarin hij zijn dagelijkse activiteiten op de stageplaats noteert, groei en werkpunten noteert en becommentarieert en een zelfevaluatie maakt, …

Op regelmatige tijdstippen wordt de stageportfolio nagekeken door de stagementor van het bedrijf en de stagebegeleider van de school. De stagebegeleider en/of de stagementor geven feedback in de stageportfolio via het blogsysteem. De stagebegeleider maakt een kort verslag van de gesprekken met de leerling-stagiair en de stagementor(en) en neemt dit eveneens op in de stageportfolio.


Hoe werkt het stagewerkboek in het studiegebied Personenzorg?

De leerling-stagiair is verplicht om een stagewerkboek bij te houden waarin hij zijn dagelijkse activiteiten op de stageplaats noteert, groei en werkpunten noteert en becommentarieert en een zelfevaluatie maakt, …

Op regelmatige tijdstippen wordt het stagewerkboek nagekeken door de stagebegeleider van de school. Ook de stagementor heeft steeds inzage in dit stagewerkboek. Bij het bezoek van de stagebegeleider vraagt deze het stagewerkboek steeds op. Hij parafeert voor gelezen en noteert observaties (sterke punten en werkpunten). Hij maakt een kort verslag van de werkmomenten met de leerling-stagiair en de gesprekken met de stagementor(en).


Wat moet ik doen als een leerling-stagiair niet voldoet?

_DSC3925 (Small) oh keukenVolgens het stagereglement heeft de stagegever het recht om de leerlingenstage-overeenkomst te verbreken indien:

  • de leerling-stagiair opzettelijk zware schade veroorzaakt;
  • de leerling-stagiair herhaaldelijk onwettig afwezig is;
  • de leerling-stagiair zware inbreuken pleegt tegen het stagereglement;
  • de leerling-stagiair wangedrag vertoont;
  • de leerling-stagiair, ondanks de begeleiding en nieuwe kansen, niet functioneert zoals het hoort naar de verwachtingen van het bedrijf;
  • bij overmacht;
  • bij onvoldoende begeleiding door de school.

Wanneer de leerlingenstageovereenkomst verbroken wordt, noteert de stagebegeleider dit in het stageschrift of logboek of stagedossier . Hij vermeldt uitvoerig de redenen die hiertoe aanleiding geven. De stagementor en de stagebegeleider tekenen voor akkoord met de verbreking.

Bij verbreking van de leerlingenstageovereenkomst is de school ertoe verplicht om een nieuwe stageplaats voor de betrokken leerling-stagiair te zoeken. De stagecoördinator van de studierichting neemt hiervoor initiatieven. Als dit om praktische redenen niet meer haalbaar is, dan zorgt de school voor opvang van de leerling-stagiair. De school voorziet dan in een vervangende pedagogische activiteit die van praktijkgerichte aard is en die verband heeft met de studierichting.

Bij het verbreken van de stageovereenkomst, wordt de stage afgesloten met een evaluatie van de leerling-stagiair. Hij krijgt een nieuwe kans op een andere stageplaats. Ook hier wordt op het einde van de periode de leerling-stagiair geëvalueerd. De stagebegeleider zal beide evaluaties, in overleg met de stagecoördinator van de studierichting, verwerken tot één eindcijfer. bij verbreking wordt de stage niet beoordeeld


Hoe zit het met het stagecontract?

Leerlingenstageovereenkomst

_DSC3681 (Small) OH LADe leerlingenstageovereenkomst is de overeenkomst die afgesloten wordt tussen de algemeen directeur van de onderwijsinstelling, de stagegever en de leerling-stagiair. Deze leerlingenstageovereenkomst houdt de individuele regeling van het stageverloop in een bepaalde periode op een bepaalde stageplaats in. Ze kan slechts op één schooljaar en op één leerling-stagiair betrekking hebben.

Het invulformulier met de stagegegevens wordt door de stagebegeleider aan de algemene stagecoördinator gegeven die dan de leerlingenstageovereenkomsten opmaakt.

Een leerlingenstageovereenkomst bestaat uit 3 exemplaren:

  • 1 exemplaar voor de stagegever;
  • 1 exemplaar voor de leerling-stagiair;
  • 1 exemplaar voor de school.

De leerlingenstageovereenkomsten worden eerst door de algemeen directeur getekend. Daarna worden ze aan de leerling-stagiairs uitgedeeld. Die tekenen zelf en laten eventueel ook hun ouders tekenen (als de leerling-stagiairs jonger zijn dan 18 jaar). Als de leerling-stagiair op leerlingenstage gaat, laat hij tevens de stagegever tekenen. Vanaf dat moment is het stagereglement geldend. Elke partij moet immers over een ondertekend exemplaar van de leerlingenstageovereenkomst beschikken. De stagebegeleider klasseert het exemplaar voor de school in het stagedossier.

Om rechtsgeldig te zijn moet de leerlingenstageovereenkomst de volgende onderdelen bevatten:

  • het ondernemingsnummer van de betrokken onderneming in de Kruispuntbank van Ondernemingen. Het begrip “onderneming” slaat ook op de zachte sector. Dit nummer is sinds 1 januari 2005 verplicht. Het bestaat uit 10 cijfers waarvan het eerste cijfer 0 of 1 is. Bij vermelding in de leerlingenstageovereenkomst van de gegevens inzake de stagegever, dient daarom het ondernemingsnummer afgekort toegevoegd: nr. KBO. xxxx.xxx.xxx; na het ondernemingsnummer wordt vermeld: “eenmanszaak” of “vennootschap”; bij stage in het buitenland wordt geen ondernemingsnummer vermeld;
  • het nummer van het paritair comité van de betrokken onderneming (rekening houdend met de aard van de stageactiviteiten) en indien mogelijk het RSZ-werkgeverskengetal (code werkgeverscategorie) of, bij ontstentenis van dit nummer of kengetal, de NACE-code. Deze nummers of codes moeten door de onderneming aan de school worden meegedeeld. De geldige codes staan in bijlage 2 van de omzendbrief. Bij stage in het buitenland (EU) wordt de NACE-code vermeld, bij stage in het buitenland (niet-EU) wordt geen nummer, kengetal of code vermeld;
  • de stageperiode(s) met specificering van dag(en)/maand(en) + dagelijks begin- en einduur;
  • de gegevens van de stagebegeleider en de stagementor;
  • (in voorkomend geval) een raming van de kosten ten laste van de leerling-stagiair;
  • de vermelding dat de stagegever het gezondheidstoezicht toevertrouwt aan de preventiedienst van de school of er zelf voor instaat en bekostigt, naargelang van het geval;
  • de vermelding dat de stagegever een werkpostfiche ter beschikking stelt van de leerling-stagiair en de school;
  • de lijst van de geplande stageactiviteiten, die gezamenlijk wordt opgesteld door de stagebegeleider en de stagementor en die moet rekening houden zowel met de genoten schoolse opleiding en vorming als met de fysische en psychische maturiteit van de leerling-stagiair.

Stagereglement

Het stagereglement is de verplichte gedragscode, die de onderlinge verhoudingen tussen de bij de leerlingenstage betrokken partijen op eenvoudige wijze regelt.

Er zijn twee soorten stagereglementen, één voor de studierichting Verzorging en één voor de andere studierichtingen.

Hieronder de link naar de verschillende stagereglementen:


Hoe zit het met het wettelijk aspect van de leerlingenstage?

_DSC3721 (Small)vz kdn_1Hieronder de link naar de omzendbrief leerlingenstages:

Leerlingenstageperiodes: algemeen wettelijk kader

Uitgangspunten

  • De federale arbeidswet van 16 maart 1971 en zijn uitvoeringsreglementering zijn niet alleen van toepassing op werknemers in dienstverband, maar evenzeer op personen die, ook zonder een arbeidsovereenkomst, arbeidsprestaties ‘onder gezag’ leveren. Leerling-stagiairs vallen bijgevolg onder het toepassingsgebied van de wet, wat onder meer impliceert dat ze onderworpen zijn aan het verbod op nachtarbeid en arbeid op zon- en feestdagen.
  • Het verbod op nachtarbeid slaat op arbeid die wordt verricht tussen 20 en 6 uur. Voor bepaalde sectoren, beroepen, werken of categorieën van werknemers worden toegestaan dat leerling-stagiairs stage lopen tussen 6 uur en 22 uur. In onze school geldt dit voor de leerling-stagiairs van de studierichtingen Verzorging, Kinderzorg, Thuis- en bejaardenzorg/zorgkundige, Organisatiehulp, Organisatie-assistentie en Logistiek. In het verlengde van een Europese norm bestaat er echter een absoluut verbod op arbeid tussen 24 en 4 uur voor jeugdige werknemers (= werknemers tussen 15 en 18 jaar).
  • Onze leerling-stagiairs lopen geen stage op zon- en feestdagen.
  • Hoewel de arbeidswet een onderscheid maakt tussen jeugdige werknemers en andere werknemers, ook op het vlak van afwijkingen op het verbod op nachtarbeid en arbeid op zon- en feestdagen, is het voor onderwijs niet opportuun dit onderscheid naar de invulling van leerlingenstages door te trekken. Binnen eenzelfde opleiding, waaraan afgelijnde leerinhouden en -doelstellingen zijn verbonden, zou het immers uitermate arbitrair en pedagogisch onverantwoord overkomen om leerling-stagiairs te gaan opsplitsen naar leeftijd. Daarom gelden de stageafspraken voor alle leerling-stagiairs.
  • Op de werkvloer moet de uurregeling van werknemers en van leerling-stagiairs zoveel als mogelijk gelijklopend zijn. Indien leerlingenstages zouden rekening houden met de begin- en einduren van de lessen op de instelling, dan wordt niet alleen de werkorganisatie en het mentorschap in het bedrijf of de onderneming ernstig gehypothekeerd, maar neemt ongetwijfeld ook de bereidwilligheid van de stagegevers af. Daarom mag de meerderjarige leerling-stagiair onder bepaalde voorwaarden nachtarbeid verrichten.

Restricties

  • In principe kunnen op elk tijdstip van het schooljaar leerlingenstages worden gepland. Dit mag geen alibi zijn om de verhouding tussen les- en vrije dagen scheef te trekken of om een verkapte vorm van tewerkstelling te creëren. De leerlingen-stagespreiding wordt daarom geplafonneerd, zodat het onderwijskarakter steeds aanwezig blijft.
  • Leerlingenstages verlopen conform de in de stageverlenende onderneming of instelling geldende arbeids- of dienstregeling.
  • Het maximum aantal effectieve lesuren met inbegrip van stage-uren per leerling-stagiair, uitgedrukt in uren van 60 (!) minuten, bedraagt:
    • per dag: 8;
    • per week: 38;
    • per schooljaar: 1 200 stage-uren (dit cijfer stemt overeen met het resultaat van de vermenigvuldiging van 40 (aantal weken openstelling) met 36 (aantal uren uitgedrukt in 50 minuten) van een normale wekelijkse lessentabel in BSO en TSO).
  • Voor alle duidelijkheid: bovenstaande maxima zijn uitsluitend toepasselijk op het onderwijs waarin leerlingenstages daadwerkelijk aan bod komen; met ‘effectieve lesuren’ wordt bedoeld ‘met uitsluiting van alle lesvrije uren ingevolge vakantie, verlof of schorsing om welke reden dan ook’.
  • Voor leerlingenstages tijdens vakantie- of verlofperiodes wordt verondersteld dat de instelling een evenwichtige compensatieregeling zal treffen, tenzij het gaat om inhaalstages voor individuele leerling-stagiairs die de oorspronkelijke stages wegens ziekte of andere reden niet hebben kunnen lopen.
  • Indien zomerstages worden opgelegd, dan is de instelling hoe dan ook steeds verplicht aan elke betrokken leerling-stagiair tijdens de maanden juli en augustus tenminste 4 aaneensluitende weken vakantie toe te kennen.
  • De hierboven opgesomde limieten worden op een ‘minimalistische’ wijze geïnterpreteerd. Dit wil zeggen dat enkel de tijd, besteed aan het uitvoeren van stageactiviteiten, in rekening wordt gebracht. Van alle andere activiteiten die direct of indirect uit de leerlingenstage voortvloeien, wordt abstractie gemaakt.
  • Tellen alleszins niet mee voor het bereiken van de toegelaten maximale leerlingenstageduur:
    • de duur van de verplaatsingen naar de leerlingenstageplaats, tenzij deze verplaatsingen collectief geregeld worden door de stagegever vanaf een vast vertrekpunt;
    • de verblijfsduur op of in de nabijheid van de leerlingenstageplaats in geval van meerdaagse stage in binnen- of buitenland;
    • de duur van de pauzes, al dan niet voor het nuttigen van een maaltijd, die voorzien zijn in het arbeidsreglement. Tijdens deze pauzes is de leerling-stagiair immers niet voor arbeidsprestaties onmiddellijk beschikbaar.

Omdat leerlingenstages niet enkel onder de controlebevoegdheid van de onderwijsinspectie ressorteren maar ook onder die van de inspectie van de sociale wetten, is de regelgeving in verband met de stages tot stand gekomen in nauw overleg met het ministerie van tewerkstelling en arbeid.


Hoe zit het met de verzekering van de leerling-stagiair?

carmen stageDe schoolpolis moet volgende rubrieken bevatten:

  • burgerrechterlijke aansprakelijkheid;
  • lichamelijke ongevallen;
  • rechtsbijstand.

De organisatie van leerlingenstages impliceert een polisuitbreiding voor volgende risico’s:

  • toevertrouwde goederen: deze uitbreiding dekt de materiële schade aan goederen of werktuigen, die op de stageplaats aan de leerling-stagiair werden toevertrouwd;
  • omnium opdrachten: deze polis dekt de materiële schade aan de wagen van de stagebegeleider wanneer deze gebruikt wordt voor de verplaatsing van en naar de stageplaats. Omdat de modaliteiten van deze polis nogal kunnen verschillen, is het noodzakelijk dat de school en het personeel sluitende afspraken maken over de franchise van de polis en over het maximum verzekerd bedrag.

Uitgebreide informatie verzekering leerling-stagiairs

_DSC3680 (Small) OH LAOp onze school kunnen er zich drie verschillende soorten stages voordoen:

Observatiestage

Deze activiteiten vallen niet onder stageactiviteiten, maar onder “extra murosactiviteiten”. De algemene verzekering BA van de school komt hierin tussen. Er is dus geen extra verzekering nodig.

Doestage

Deze vallen onder de noemer stage: de school heeft hiervoor een aparte verzekering (zie verder) afgesloten.

Werkplekleren

Werkplekleren moet gezien worden als een verderzetting van de lessen buiten of binnen de school. Voor de lesactiviteiten zijn we verzekerd.

Weg van en naar de school

Het normale traject dat de verzekerde dient af te leggen om zich van zijn woonplaats naar de omschreven instelling te begeven of naar elke andere plaats waar de verschillende activiteiten van het schoolleven plaatsvinden, en omgekeerd.

Het begrip ”weg van en naar de school” wordt geïnterpreteerd naar analogie met het begrip ”weg van en naar het werk” in de wetgeving op de arbeidsongevallen. De weg van en naar de stageplaats valt onder dezelfde modaliteiten als de weg van en naar school.

De bewaargeving

Daad waarbij men (de bewaarnemer) een roerend goed ontvangt van een ander (de bewaargever), met de last deze te bewaren en deze in natura (in se het bewaarde goed) terug te geven op het eerste verzoek (artikel 1915 BW).

Materiële schade

Elke beschadiging, vernieling of verlies van zaken, bijvoorbeeld schade aan kleding of boekentas.

Lichamelijke schade

Elke aantasting van de fysieke integriteit (bv. een wonde) van een menselijk wezen, met inbegrip van zijn geldelijke en morele gevolgen.

Schoolleven

Als deel van het schoolleven worden beschouwd: alle school- en buitenschoolse activiteiten die met de omschreven instelling verband houden. De stage valt dus ook onder de noemer Schoolleven.

Verplichtingen ivm verzekeringen voor de school

De school moet elke leerling-stagiair verzekeren voor zowel de lichamelijke ongevallen, de burgerrechterlijke aansprakelijkheid als rechtsbijstand. Deze verzekeringen dekken alle schoolse en buitenschoolse activiteiten, die verband houden met de onderwijsinstelling. Die activiteiten kunnen plaats hebben binnen of buiten de school, binnen of buiten de schooluren, in België of het buitenland. Ook ongevallen op de weg van en naar de school en stageplaats komen in aanmerking. Tijdens hun stage zijn leerling-stagiairs dus ook gedekt door de schoolverzekering (polis BA scholen, contractnummer 99523942035 bij Fortis AG).

Materiële schade aan de goederen of werktuigen, die aan de leerling-stagiair werden toevertrouwd, valt ook onder de schoolpolis. De school betaalt een bijkomende premie voor een polisuitbreiding ‘toevertrouwde goederen’ (polis BA scholen, contractnummer 99523942035 bij Fortis AG).

Verplichtingen ivm verzekeringen voor de stagegever

De burgerrechterlijke verantwoordelijkheid van de stagegever wordt gedekt door zijn exploitatieverzekering. De schade veroorzaakt door de uitbatingsactiviteiten wordt hierdoor gedekt. Een voorbeeld hiervan is de schade toegebracht aan de stagiair door een werknemer van de stagegever of door de stagegever zelf. Ook schade veroorzaakt door de stagiair zelf kan vergoed worden door de exploitatieverzekering. De stagegever verzekert de stagiair echter niet tegen lichamelijke schade als gevolg van een arbeidsongeval. Leerling-stagiairs vallen namelijk niet onder de wetgeving op arbeidsongevallen. Indien de leerling-stagiair bijvoorbeeld als gevolg van een ongeval een blijvend letsel oploopt, dan zal de schoolverzekering hierin tussenkomen. Deze tussenkomst is lager dan die van een arbeidsongevallenverzekering bij gewone werknemers. Tegen beroepsziektes zijn leerling-stagiairs wel verzekerd. Ze vallen zoals alle werknemers onder de toepassing van de beroepsziektenwet. Het betreft een kosteloze verzekering. Er wordt dus geen bijdrage gevraagd aan de school noch aan de leerling-stagiair.

Niet-verzekerde schadegevallen

Grote risico’s en zware fouten worden wel gedekt door de schoolverzekering tenzij het voorval opgenomen is in de lijst ‘niet verzekerde gevallen’. De polis moet deze gevallen duidelijk omschrijven. Voorbeelden zijn:

  • in de polis burgerrechterlijke aansprakelijkheid: dronkenschap, geweld, activiteiten in gebouwen in verval, schade aan kleding zonder lichamelijk letsel, …;
  • in de polis lichamelijke ongevallen: activiteiten met hoog risico, ongevallen waarbij de verzekerde onder invloed was, weddenschappen, …;
  • in de polis rechtsbijstand: gebeurtenissen in verband met oorlog, oproer, kernreacties, …

Voor welke risico’s is de leerling-stagiair verzekerd?

Schade door gemotoriseerd materiaal

De polis burgerrechterlijke aansprakelijkheid van de stagegever geldt voor de schade veroorzaakt, binnen en in de directe omgeving van de verzekerde instelling, door motortuigen met een didactisch karakter of bestemd voor het tuinieren of voor de vrije tijd, of elektrische rolwagens toebehorend aan een verzekerde, die op het moment van het schadegeval aan een stelsel van een verplichte verzekering onderworpen zijn, maar die door hun bouw niet meer dan 15 km/uur kunnen rijden. Het gebruik van een heftruck voor het behalen van een brevet is toegestaan (onder begeleiding). De stagiair mag zich er niet mee op de openbare weg begeven.

Ongeval op reisweg van thuis naar stageplaats

Het afleggen van het traject van thuis naar de stageplaats valt onder de dekking “weg van en naar school”. De leerling-stagiair is dus verzekerd voor dit traject op voorwaarde dat hij of zij de kortste route volgt. Indien een alternatieve route veiliger zou zijn, mag deze gevolgd worden. Hierdoor mag de reisweg niet overdreven langer zijn. Enkel de lichamelijke schade is gedekt door de verzekering, behalve indien deze schade veroorzaakt is door een derde.

Schade aan toevertrouwde goederen

De schade, accidenteel veroorzaakt door de verzekerde leerling-stagiairs, aan goederen die hen zijn toevertrouwd door de personen bij wie zij hun stage uitoefenen, om het voorwerp van een werk uit te maken of als werkinstrument te gebruiken, is verzekerd door de school. De schade aan voertuigen is uitgesloten van de schoolverzekering omdat hiervoor de verzekering burgerlijke aansprakelijkheid van de eigenaar van dit voertuig van toepassing is.

Ongeval met lichamelijke letsels

Het ongeval met lichamelijk letsels, veroorzaakt door een plotse gebeurtenis, geeft aanleiding tot de aantasting van de lichamelijke integriteit/gaafheid (bijvoorbeeld een (brand)wonde of een breuk). Zodra de verzekeringsmaatschappij het bewijs bezit van een plotse gebeurtenis evenals van een aantasting van de lichamelijke gaafheid, aanvaardt zij – behoudens tegenbewijs te haren laste – dat de aantasting van de lichamelijke gaafheid het gevolg is van de plotse gebeurtenis.

Worden eveneens als ongevallen beschouwd:

  • de aantastingen van de lichamelijke gaafheid te wijten aan het onvrijwillig inademen
  • van gassen of dampen of aan de absorptie, bij vergissing, van giftige stoffen;
  • de verdrinking;
  • de deelname aan de redding van personen of goederen in nood;
  • een aanranding;
  • de hernia, spierverrekkingen en -scheuren voortvloeiend uit een plotse inspanning;
  • de infectie ten gevolge van een gedekt ongeval langs een bestaande kwetsuur;
  • de ziekten die het rechtstreekse gevolg zijn van een gedekt ongeval.

Graag wensen wij de leerling-stagiairs er specifiek op attent te maken dat onze schoolverzekering bij een lichamelijk ongeval de terugbetaling in bepaalde gevallen zal beperken: voor medische kosten zal de verzekering 1 x het barema van het RIZIV tarief terugbetalen. Dit kan in bepaalde gevallen (bv. bij veel beurten kinesitherapie of erelonen van dokters-specialisten) er toe leiden dat de leerling-stagiairs een deel van de kosten dus niet zullen kunnen terugvorderen van de verzekering. Om niet voor eventuele verrassingen te komen staan, adviseren wij de leerling-stagiairs om zich op voorhand uitgebreid te informeren bij hun mutualiteit.

Ongeval met materiële schade

Materiële schade toegebracht door de leerling-stagair, is gedekt door de polis Burgerlijke aansprakelijkheid van de school, tenzij het ongeval op een lijst is opgenomen van “niet-verzekerde gevallen”. Een voorbeeld van een niet gedekt schadegeval kan zijn: bewezen opzettelijke schade of dronkenschap.

Voor welke risico’s is de stagebegeleider verzekerd?

Reisweg van school naar stageplaats

Het afleggen van het traject thuis-stageplaats valt onder de dekking “weg van en naar school”. De stagebegeleider is dus verzekerd voor dit traject op voorwaarde dat hij of zij de kortste route volgt. Indien een alternatieve route veiliger zou zijn, mag deze gevolgd worden. Hierdoor mag de reisweg niet overdreven langer zijn. Enkel de lichamelijke schade is gedekt door de verzekering, behalve indien de schade veroorzaakt is door een derde.

Ongeval met eigen voertuig – franchise – omnium eigen voertuig

Stagebegeleiders gebruiken vaak hun privéwagen als vervoermiddel om een stagebezoek uit te voeren. Men moet rekening houden met een aantal wettelijke aspecten.

Medische keuring in verband met betaald vervoer

Wanneer de stagebegeleider rechtstreeks of onrechtstreeks een vergoeding ontvangt voor het vervoer van de leerlingen of collega’s, dan is een medische keuring vereist. Indien men deze niet zou hebben, kunnen de gevolgen zwaar zijn:

  • men zal strafrechtelijk beschouwd worden als “rijden zonder rijbewijs”;
  • de verzekering kan zich terugtrekken indien er zich een ongeval voordoet.

De stagebegeleider mag zijn vervoerskosten recupereren. De school zal deze op geen enkele wijze doorrekenen aan de leerlingen.

Franchise bij de schoolomniumverzekering bij verplaatsingen met het persoonlijk voertuig

De school heeft een omniumverzekering afgesloten bij IC-verzekeringen (polisnummer 99523942035). Deze instelling vertegenwoordigt zeer veel scholen in België waardoor ze extra dekkingen kan bedingen bij de verschillende verzekeringsmaatschappijen. Er zijn nochtans beperkingen:

Indien er een ander voertuig bij betrokken is, bedraagt de vrijstelling 370 EUR. Deze vrijstelling wordt echter 620 EUR in volgende gevallen:

  • de bestuurder is jonger dan 23 jaar;
  • bij botsing tegen een vaststaande hindernis of bij ongeval zonder tegenpartij;
  • wanneer het voertuig jonger is dan 2 jaar en de stagebegeleider geen persoonlijke omniumverzekering heeft afgesloten.

De vrijstelling (franchise) verdwijnt in volgende situaties (u krijgt dan alle schade terugbetaald):

  • u hebt een persoonlijke omniumverzekering. U dient dan een aangifte te doen via uw eigen verzekering. De franchise (vrijstelling) zal in dit geval door IC-verzekeringen terugbetaald worden;
  • de tegenpartij is volledig aansprakelijk voor het ongeval.

Bij een schadegeval wordt de vrijstelling (franchise) gedragen door de school. Het betreft hier een toegeving van de school en geen verworven recht.

Schade aan toevertrouwde goederen op de stageplaats

De schade accidenteel veroorzaakt door de stagebegeleiders aan goederen die hen zijn toevertrouwd, om het voorwerp van een werk uit te maken of als werkinstrument te gebruiken, is verzekerd door de school. De schade aan voertuigen van de stagegever is uitgesloten van de schoolverzekering omdat hiervoor de verzekering voor burgerlijke aansprakelijkheid van de eigenaar van dit voertuig van toepassing is.

Ongeval met lichamelijke letsels op stageplaats

Het ongeval is de aantasting van de lichamelijke integriteit/gaafheid (bijvoorbeeld een (brand)wonde of een breuk), veroorzaakt door een plotse gebeurtenis.

Zodra de verzekeringsmaatschappij het bewijs bezit van een plotse gebeurtenis evenals van een aantasting van de lichamelijke gaafheid, aanvaardt zij – behoudens tegenbewijs te haren laste – dat de aantasting van de lichamelijke gaafheid het gevolg is van de plotse gebeurtenis.

Worden eveneens als ongevallen beschouwd:

  • de aantastingen van de lichamelijke gaafheid te wijten aan het onvrijwillig inademen van gassen of dampen of aan de absorptie, bij vergissing, van giftige stoffen;
  • de verdrinking;
  • de deelname aan de redding van personen of goederen in nood;
  • een aanranding;
  • de hernia, spierverrekkingen en -scheuren voortvloeiend uit een plotse inspanning;
  • de infectie ten gevolge van een gedekt ongeval langs een bestaande kwetsuur;
  • de ziekten die het rechtstreekse gevolg zijn van een gedekt ongeval.

Ongeval met materiële schade op stageplaats

Schade toegebracht door de stagebegeleider is gedekt door de polis Burgerlijke aansprakelijkheid van de school, tenzij het ongeval op een lijst is opgenomen van “niet-verzekerde gevallen”. Een voorbeeld van een niet gedekt schadegeval kan zijn: bewezen opzettelijke schade of dronkenschap.

Beschadiging van elektronische apparatuur (draagbaar) in eigendom van de school (bv. laptop)

Hier geldt steeds een franchise van 123,95 EUR per schadegeval. Deze apparatuur is verzekerd bij beschadiging onderweg naar de stageplaats en op de stageplaats zelf (polisnummer 99523942035). Het betreft hier enkel een verzekering tegen schade en niet tegen diefstal!

Diefstal

Bij diefstal komt de verzekering enkel tussen in volgende situaties:

  • er zijn sporen van braak of inklimming;
  • er zijn sporen van geweld of bedreiging;
  • de stagebegeleider heeft voldoende preventiemaatregelen genomen:
    • tussen 22 uur en 6 uur mogen de draagbare voorwerpen zich niet in het voertuig bevinden;
    • de draagbare goederen moeten uit het zicht bewaard worden.

Verplichtingen van de verzekerde personen bij een schadegeval

De verzekerde moet alle redelijke maatregelen treffen om de gevolgen van het schadegeval te voorkomen en te beperken.

Alle verzekerden (leerling-stagiairs en stagebegeleiders), van wie de aansprakelijkheid betrokken zou kunnen zijn, dienen het schadegeval onmiddellijk aan de financiële dienst van de school te melden. De school geeft dit schadegeval door aan de verzekeringsmaatschappij binnen een redelijke termijn of, in geval van schriftelijke klacht vanwege de benadeelde derde, binnen 30 dagen nadat de verzekerde kennis gekregen heeft van deze schriftelijke klacht.

De schadegevalaangifte dient, in de mate van het mogelijke, de oorzaken, de omstandigheden en de vermoedelijke gevolgen van het schadegeval te vermelden, alsook de naam, de voornamen en de woonplaats van de getuigen en van de benadeelde personen.

De verzekeringsnemer en de andere verzekerden dienen zonder verwijl aan de verzekeringsmaatschappij alle nuttige documenten en inlichtingen die zij vraagt te verstrekken.

De blanco aangifteformulieren kan u opvragen op de financiële dienst op school.

In de stageovereenkomst is opgenomen dat de school de nodige verzekeringen heeft afgesloten.

  • U kan hier het stageattest bekijken.

De leerlingenstage is ten einde, en nu?

thibeau stageOp het einde van het schooljaar evalueren de stagecoördinator van de studierichting, in overleg met alle stagebegeleiders, de  stagebedrijven en stagementoren. Indien de samenwerking positief wordt geëvalueerd neemt de stagebegeleider contact op met deze stagebedrijven om een nieuwe stageaanvraag te doen. Hij vraagt concreet of hij voor het volgende schooljaar nieuwe leerling-stagiairs mag sturen. Indien er onvoldoende stageplaatsen zijn voor alle potentiële leerling-stagiairs, moet men op zoek naar nieuwe stagegevers.

Stageplaatsen van Marketing & Management, Business & IT en Office & Retail Assistant kan men putten uit de BRES-bedrijven (> 35 werknemers) van Bree (www.bres-bree.be). Wij willen eveneens contact leggen met OCO (Ondernemersclub Opglabbeek). Veel grotere KMO’s en logistieke bedrijven in Opglabbeek zijn hier lid van.

Onze school probeert zoveel mogelijk de band met de bedrijven aan te halen via o.a.:

  • een degelijk uitgebouwde stagebegeleiding op de werkvloer;
  • regelmatige contacten met stagecoördinatoren en stagebegeleiding;
  • het versturen van de schoolkrant en nieuwjaarskaart;
  • het bezoek van de directie en stagecoördinator aan de stageplaatsen.

Wij proberen regelmatig de stagementoren op onze school uit te nodigen. Dit is de ideale gelegenheid om nader kennis te maken met de school, de visie op de studierichtingen en de stages, de accommodatie, de schoolcultuur. Er kunnen bij deze gelegenheid in verband met de leerlingenstages duidelijke afspraken gemaakt worden over: het arbeidsgeneeskundig onderzoek, de stageactiviteitenlijst voor de leerling-stagiair, de begeleiding, de evaluatie en de nazorg van de leerlingenstages. Het is vooral belangrijk de stageactiviteiten van de leerling-stagiair af te stemmen op het profiel van de studierichtingen en de realisaties van de beroepscompetenties zoals deze vervat zitten in de leerplannen van de specifieke vakken.

 

 

 

Back to Top