Meerbegaafdheid


Aangezien leerlingenzorg erop gericht moet zijn om het leren van alle leerlingen te bevorderen (leren in de brede betekenis van het woord, met name op het vlak van de vier domeinen van zorg), is het in de praktijk brengen van zorg geen extra opdracht, maar maakt dat precies fundamenteel deel uit van de kernopdracht van het onderwijs, met name het brede leren optimaliseren. Dat draagt meteen bij tot een schoolloopbaan die het best aansluit bij de talenten van alle leerlingen. Het behoort met andere woorden tot het wezen van het onderwijs om er “zorg voor te dragen” dat alle leerlingen maximaal kunnen leren. In die optiek is het essentieel een context te creëren waarin leerlingen via een krachtige leeromgeving autonoom gemotiveerd worden om te leren (hetzij vanuit hun interesses, hetzij omdat ze zinvol vinden wat moet worden geleerd). Zorg verstrekken, is dan ook geen synoniem voor het verlagen van het niveau, maar zorg kadert precies in een ambitieus en talentgedreven onderwijs. Dergelijk onderwijs heeft niet tot doel gelijke uitkomsten voor alle leerlingen te bereiken, want die uitkomsten zullen niet gelijk zijn; wél moet het onderwijs elke leerling optimale ontplooiingskansen bieden, zodat talenten van leerlingen kunnen excelleren.

Binnen dat algemene kader van leerlingenzorg wil het Sint-Augustinusinstituut daarom op verschillende gebieden óók tegemoet komen aan de specifieke noden van meerbegaafde leerlingen. Het doel is om ook het leren van die leerlingen zo optimaal mogelijk te laten verlopen en dat op drie vlakken.

Het uitgangspunt is dat er optimaal gedifferentieerd wordt binnen de lessen. Dit kadert binnen de verhoogde zorg van het zorgcontinuüm Er wordt ondersteuning geboden aan de leraren op gebied van optimale differentiatie om het leren van meerbegaafde leerlingen te optimaliseren door een meerbegaafdheidcoach. In het kader van de differentiatie wordt er materiaal aangeboden waaraan meerbegaafde leerlingen tijdens de reguliere lessen kunnen werken. Er wordt gewerkt aan uitbreiding of verdiepingsleerstof die vakgebonden maar ook niet-vakgebonden kan zijn. Uitgangspunt is steeds dat de leerstof tegemoet komt aan de behoefte van de leerling.

Indien de leerling op cognitief vlak niet voldoende kan worden uitgedaagd binnen de lessen, kan hij worden doorverwezen naar het project ‘Verrijking op maat’ (preventief)*. We bevinden ons hier op de uitbreiding van zorg binnen het zorgcontinuüm en werken op deze manier preventief (vermijden dat de leerlingen schoolmoe worden). In deze groep worden vakken buiten het reguliere curriculum aangeboden op een manier die past bij de leer- en persoonlijkheidseigenschappen van de meerbegaafde leerling. De cognitieve leerdoelen worden aangestuurd en het uitgangspunt is: “wat wil de leerling leren?” Het leren is gericht op het stimuleren van onderzoeksattitudes en op competentiegericht leren. Om het leren in die groep te garanderen, wordt erover gewaakt dat de aangeboden leerstof de leerling steeds in de “zone van naaste ontwikkeling” brengt. Aangezien dit proces cyclisch is, worden de leerlijnen bewaakt door de meerbegaafdheidcoach.

Daarnaast willen we ook de leerlingen die onderpresteren begeleiden (curatief). Het betreft meerbegaafde leerlingen die tijdens hun hele schoolcarrière onvoldoende werden uitgedaagd en op een bepaald moment (veelal in het 5e jaar) op uiteenlopende problemen botsen. Het gaat om de begeleiding via het stimuleren van “Willen-Durven-Kunnen” en dat op basis van onderstaande noden:

  • de meerbegaafde leerling presteert op 1 of meerdere vakken onder de verwachtingen en heeft nood aan het bijwerken van leerstrategieën zoals leren plannen en leren studeren;
  • de leerling kampt met faalangst en/of perfectionisme;
  • de leerling loopt vast op relationeel vlak.

Zonder aangepaste begeleiding, worden dergelijke leerlingen soms schoolmoe wat op zijn beurt
aanleiding kan geven tot niet slagen en soms zelfs tot niet gekwalificeerde uitstroom.

Als bovenbouwschool is het niet eenvoudig om meerbegaafde leerlingen te detecteren. De school werkt in eerste instantie vraaggestuurd, waarbij er actief gekeken wordt welke leerlingen meerbegaafd zijn en dat op verschillende manieren. Allereerst wordt er bij de inschrijving expliciet gevraagd naar signalen van meerbegaafdheid (is er een IQ-test beschikbaar? is er extra uitdaging geweest in de lagere school en/of in de eerste graad? heeft de leerling een jaar versneld?). Voorts zijn de leraren en de (begeleidende) klassenraden een belangrijke bron van informatie. Telkens als er indicaties zijn van meerbegaafdheid worden de ouders en de leerling uitgenodigd voor een intakegesprek. Daarin wordt gepolst naar de noden van de leerling (met eveneens de vraag of de leerling een extra begeleiding wenst). Het intakegesprek gebeurt steeds in aanwezigheid van de pedagogisch directeur leerlingen, de meerbegaafdheidcoach, de klassenleraar en indien er socio-emotionele problemen zijn, de leerlingenbegeleiding.

Binnen de hele aanpak staat transparantie naar ouders en naar de leerling zelf centraal. Beslissingen om een leerling in een bepaald traject te laten stappen, worden steeds in overleg met de leerling en de ouders genomen. Ook worden ouders op de hoogte gehouden van het leerproces van de leerling. Halfjaarlijks organiseert de meerbegaafdheidcoach in ieder geval een formele evaluatievergadering met ouders en leerling (andere betrokkenen worden zo nodig uitgenodigd).

* Project ‘Verrijking op maat’ kan binnen de school of in samenwerking met o.a. de UHasselt en Bureau Talent. Meer info kan u opvragen bij onze meerbegaafdheidscoach ([email protected])