Orde en netheid
Print deze pagina
Orde en netheid
Heel bewust willen wij werken rond de attitude van orde en netheid in de brede zin van het woord. Aan de hand van 7 principes (7 S’en) willen we via concrete acties komen tot een verbetering van de orde en netheid.
7 principes (S’en):
- Schoolagenda
- Schriften en notities
- Schoolgebouw
- Stijl en voorkomen
- Summatieve toetsen
- Stiptheid
- Schooltas
.
- Elke les vul je je schoolagenda in. Je noteert wat de leraar voorstelt. In je schoolagenda noteer je ook je lessenrooster, het rooster van de summatieve toetsen, studiereizen en buitenschoolse activiteiten. De schoolagenda is immers het middel om informatie door te geven aan je ouders.
- Je noteert hier wanneer je en brief meekrijgt voor je ouders.
- Wanneer je het lokaal verlaat, neem je je agenda mee. Hierin staat de toestemming van de ouders.
- Wekelijks laat je je schoolagenda tekenen.
- Hou je schoolagenda netjes en verzorgd.
- Boeken, schriften, kaften, … hou je netjes en verzorgd. Daarom kaft je in het begin van het schooljaar alle boeken en huiswerkschriften. Kleef een etiket met naam, klas en vak erop.
- In je ringmap zitten de bladen steeds op dezelfde hoogte, eventueel verstevigd aan de perforatiegaten. Gebruik tussenbladen om snel je weg te vinden. Bovendien vermijd je hierdoor ezelsoren.
- Gebruik steeds hetzelfde type cursusbladen (formaat DIN A4). Bij je notities nummer je de pagina’s en maak je eventueel een inhoudsopgave met paginaverwijzing. Zo kun je snel iets terugvinden;.
- Notities neem je in je schrift of invulcursus, niet in je boek. In je boek schrijf je niet.
- Wat je zeker moet vermijden in en op schriften, boeken, invulcursussen, boekentassen, pennendozen, …:
- ongecontroleerde ‘kunstwerken’, vlekken, tekeningen en kribbels.
- zelfklevers.
- vermelding van je namen van al je vrienden en vriendinnen, je troetelnamen, je idolen, …
- brieven, kaarten en foto’s, persoonlijke zaken.
- smaakloze gedichten en andere eigen creaties.
- notities in potlood.
- gebruik van reflecterende stiften in schoolagenda, schriften en boeken.
- Verzorg je geschrift, zo kunnen jij en je leraar zonder moeite lezen wat je genoteerd hebt. Je moet echt niet streven naar een speciaal geschrift met veel tierlantijntjes.
- Gebruik vulpen en correctiestift voor toetsen en taken, geen Tipex.
- Verzorg ook in je kladschrift je geschrift en de schikking. Dan kun je de gegevens netjes overnemen in je takenschrift of notities.
- Verknoei geen papier.
- Als je de school binnenkomt, veeg je je voeten af op de matten.
- Bij regenweer of sneeuw blijf je van het grasveld. Je brengt anders teveel modder mee in de gangen en de klassen.
- Klasmededelingen hang je ordelijk op het prikbord. ‘Oud’ nieuws verwijder je regelmatig. Aanbrengen van posters in het klaslokaal gebeurt in overleg met de klassenleraar.
- Jassen hang je aan de kapstok in de gang, niet op je stoel.
- Na elke les veeg je het bord schoon. De klasverantwoordelijke maakt de beurtrol op.
- Papier halen wij selectief op. Je deponeert dit in de papierbak. Frommel het niet op in een prop. Lege inktpatronen of krijtresten horen in de vuilnisbak.
- In de eetzaal gebeurt de afvalverzameling selectief. Zorg dat je alles in de juiste bak legt. In de klas en op de speelplaats vind je genoeg vuilnisbakken. Daar hoort afval thuis.
- Op het einde van de dag schik je de tafels. Je plaatst alle stoelen over de tafels.
- Iedereen draagt zorg voor het schoolmateriaal, voor je eigen spullen en voor die van je medeleerlingen, de leraren, …
- Defecten in de klas meld je onmiddellijk aan de leraar, die het verder doorgeeft aan de directie. Zo snel mogelijk zal de directie er voor zorgen dat het defect hersteld wordt.
- Om vlot verkeer in de gangen mogelijk te maken, neem je de opgegeven route en hou je je uiterst rechts in de gang.
Waar je nog op moet letten:
- Waardevolle voorwerpen laat je thuis. Geld houd je steeds bij je.
- Laat niets liggen op vensterbanken, kasten en rekken.
- Ben je iets verloren of heb je toch iets laten liggen, vraag op het leerlingensecretariaat of er iets is binnengebracht. Kijk eventueel de lijsten met de gevonden voorwerpen na op de website van de school.
- Hou kasten en rekken in orde.
- Doof de lichten bij elke pauze en op het einde van de dag.
- Op het einde van de dag schik je de gordijnen netjes: open in de zomer, gesloten in de winter.
- Sluit op het einde van de dag de vensters.
- Je voorkomen en je houding t.o.v. medeleerlingen, personeel en bezoekers zijn onder alle omstandigheden correct. Je spreekt steeds algemeen Nederlands.
- Je kleding is steeds verzorgd: shorts, minirokken, hoeden, petten, hoofddoeken en andere vrijetijdskleding draag je elders, maar niet op school.
- Goede smaak betekent: niet opvallen door haarsnit, juwelen, make-up, oorbellen bij jongens …
- Roken is ongezond. Roken op school, bij de fietsenrekken, bushalte, … is dan ook verboden.
- Indien je vriend of vriendin je afhaalt op school, gedraag je je correct. Buren storen zich terecht aan vrijpartijen op straat.
- Eten en drinken doe je in de eetzaal of op de speelplaats, niet in de klassen of in de gangen. Laat snoep thuis. Kauwgom is verboden.
- In alle omstandigheden blijf je beleefd. Spreek steeds met ‘twee woorden.’
- Als je in een klas moet zijn, klop je op de deur en wacht je op een signaal van de leraar om binnen te gaan. Je groet zowel bij het binnenkomen als bij het naar buiten gaan.
- Tussen twee lessen mag je niet naar het WC. Indien je toch dringend moet, vraag je de toelating aan de leraar van de afgelopen les. Die noteert dit in de schoolagenda. Wacht niet op de leraar van het volgend lesuur.
- Tijdens de lessen stoor je de andere klassen niet. Je verplaatst je rustig en in stilte.
- Je hebt bij je wat je als hulpmiddel mag gebruiken zoals b.v. atlas, woordenboek, passer, liniaal, rekenmachine, …
- Schrijf eerst je naam, klas, volgnummer, vak en datum op je toetsenblad en je kladblad.
- Lees eerst alle vragen.
- Verzorg je antwoorden: taal, schikking en bladspiegel.
- Let speciaal op enkele taalkundige aspecten.
- Let op de correcte spelling.
- Beantwoord een open vraag met (een) volledige zin(nen).
- Plaats de juiste leestekens.
- Begin een zin met een hoofdletter.
- Noteer de antwoorden in volgorde.
- Leer je tijd plannen. Een uurwerk is daarbij niet te missen.
- Je bent steeds stipt op school.
- Je bent steeds op tijd in de klas.
- Als je afwezig bent geweest, schrijf je zo snel mogelijk je agenda en je schriften bij. Bij lange afwezigheid doen je klasgenoten dit voor jou.
- Je hebt steeds alle materiaal bij je dat je in de les moet gebruiken: handboeken, invulboeken, notities, woordenboeken, passer, kleurpotloden, turngerei, zwemgerei, rekenmachine, …
- Je huistaken geef je steeds op tijd af.
- Je verbetert je huistaken.
- Je brengt steeds alle nodige boeken, schriften, notities, … mee.
- Beperk het gewicht van je boekentas en sleep geen overbodige boeken mee.
- Maak je boekentas ’s avonds klaar.
- Plaats bij de pauze je boekentas bij de deur van de klas waar je het volgend uur les hebt, indien je tenminste met de leerlingenstroom mee kan lopen. Indien dit niet mogelijk is, plaats je je boekentas buiten aan de klas die je verlaat. Boekentassen zijn netjes geordend.
.

Ontvang updates via E-mail