BRES-project
Print deze pagina
BRES-project
In Bree bestaat al jaren een groep van bedrijfsleiders van de grootste bedrijven die op regelmatige basis samenkomen en zich groeperen onder de naam BRES, wat staat voor Breese Economische Stuurgroep. Deze groep probeert op verscheidene manieren het bedrijfsleven in Bree te promoten.
Vanuit het Sint-Augustinusinstituut en het Technisch Instituut Sint-Michiel werd aan deze BRES gevraagd medewerking te verlenen aan een nieuw project dat als doelstelling had de leerlingen in nauwer contact te brengen met de plaatselijke bedrijfswereld. Er werd in het verleden immers vastgesteld dat leerlingen in verscheidene vakken specifieke kennis opdeden over allerlei bedrijven maar nauwelijks de grootste werkgevers in hun eigen regio konden opsommen. Anderzijds blijft het een algemeen gegeven dat ook bedrijven weinig afweten van wat er vandaag in het onderwijs gebeurt. Om enerzijds het onderwijs zo up-to-date mogelijk te houden en anderzijds bedrijven de kans te geven opleidingen beter te leren kennen zijn beide scholen samen naar de BRES gestapt met een voorstel tot samenwerking.
In dit project is het de bedoeling dat een klas gedurende drie opeenvolgende schooljaren een zogenaamd peterbedrijf krijgt toegewezen. Dit bedrijf engageert zich om leerlingen concrete informatie ter beschikking te stellen en hen de kans te geven via bedrijfsbezoeken, gastdocenten…de activiteiten binnen een bedrijf op een realistische manier te leren begrijpen.
Klassen uit vier verschillende richtingen nemen aan dit project deel: ASO richting Economie, TSO richting Handel, BSO richting Kantoor en BSO richting Verzorging-voeding.
Concreet zijn er elk werkjaar tussen oktober en april een twintigtal uren voorzien. In werksessies van 2 uren die gemiddeld om de veertien dagen plaatsvinden, krijgen de leerlingen een aantal concrete opdrachten aangereikt die ze binnen dit tijdsbestek tot een goed einde moeten brengen. Tijdens de eerste sessies van het eerste werkjaar vragen leerlingen bij de verschillende bedrijven informatie op over tewerkstelling. Ze mogen hierbij gebruik maken van telefoon, fax, brief of e-mail. Deze gegevens worden dan vervolgens verzameld en op basis hiervan maken de leerlingen overzichtstabellen en –grafieken. Ze werken hierbij steeds in groepjes van drie. Hierdoor beperkt het project zich niet enkel tot het verwerven van kennis over het plaatselijke bedrijfsleven maar wordt er ook gewerkt aan het aanleren van sociale vaardigheden. Leerlingen zijn op deze manier immers verplicht in groep samen te werken om een opdracht binnen 2 uren af te werken. Goede afspraken zijn dan ook van belang.
Tijdens het eerste werkjaar krijgen de leerlingen ook tweemaal de kans het tot dan geleverde werk te presenteren aan de klas, de leraren en het bedrijf. Tijdens de eerste presentatie stelt elke groep een bepaald facet van de school voor aan enkele vertegenwoordigers van het peterbedrijf, door de leerlingen uitgenodigd voor een bezoek aan de school. De leerlingen hebben hierbij op een professionele manier via het programma Powerpoint hun presentatie tot een goed einde gebracht. Uiteraard worden zij hierbij niet zomaar voor de leeuwen geworpen. Allereerst hebben zij gedurende een uur van de leraar informatica uitleg gehad over dit programma. De cursus Powerpoint evenals tips voor een goede presentatie zijn bovendien steeds ter beschikking via het intranet van de school. Bovendien hebben alle groepjes op voorhand de kans gehad hun presentatie te oefenen en via tips van de leraar bij te sturen. De vertegenwoordigers van de bedrijven zijn achteraf steeds heel enthousiast over de resultaten. Leerlingen uit de beroepsrichtingen gaan zelfs nog een stapje verder en hebben na de presentaties nog een goed voorbereide rondleiding door de school in petto voor de vertegenwoordigers van hun peterbedrijf.
In een laatste fase van het eerste werkjaar wordt er ook een bedrijfsbezoek voorzien. Leerlingen worden op een hartelijke manier op het peterbedrijf ontvangen waarna een algemene uitleg volgt. Leerlingen krijgen hierbij concrete informatie over producten, klanten, omzet, personeel… Ze nemen een vragenlijst mee naar het bedrijf. Deze vragenlijst werd systematisch opgebouwd in de loop van het schooljaar in het studierichtingvak. Op deze manier wordt het project steeds meer geïntegreerd binnen de deelnemende vakken. Van de verschillende groepjes wordt verwacht dat ze deze informatie enkele weken na het bedrijfsbezoek bundelen in een nieuwe presentatie die ze als afsluiting brengen voor een jury van leraren en bedrijfsmedewerkers. Na de rondleiding door de verschillende afdelingen wordt er afgerond met een glaasje aangeboden door het bedrijf als afsluiting van een eerste jaar succesvolle samenwerking.
Het programma van het tweede werkjaar is afhankelijk van de richting. In ASO Economie en TSO Handel wordt het BRES-project gekoppeld aan het JIEHA-project (Jong Initiatief voor Ethische Handel, een project ontwikkeld door Vlaamse Jonge Ondernemingen). Tijdens deze ondernemingservaring richt een klas een bedrijf in ethisch verantwoorde producten op. Behalve de opmaak van een ondernemingsplan worden er bij de Oxfam wereldwinkels ook daadwerkelijk producten aangekocht die de leerlingen nadien verkopen. De winst gaat naar een door de leerlingen gekozen goed doel. Bij verschillende JIEHA-opdrachten wordt het BRES-bedrijf gevraagd om hulp te verlenen: bij het solliciteren naar een functie binnen het bedrijf kunnen de leerlingen bijvoorbeeld een realistisch sollicitatiegesprek voeren met de personeelsverantwoordelijke van het peterbedrijf. Bij de opmaak van het businessplan krijgen de leerlingen concrete tips van de bedrijfsleider, bij de opmaak van het marketingplan van het hoofd van de marketingafdeling. Als afronding volgt een slotpresentatie met voorstelling van het JIEHA-bedrijf waarop ook de vertegenwoordigers van het peterbedrijf worden uitgenodigd.
De BSO richting Kantoor werkt in het tweede werkjaar verder met de peterorganisatie Stad Bree. Behalve een stadswandeling, een geleid bezoek aan het stadhuis en het bijwonen van een gemeenteraadszitting krijgen de leerlingen gerichte opdrachten omtrent de werking van hun gemeentebestuur.
Na de kennismaking met het OCMW in eigen gemeente in het eerste werkjaar krijgen de leerlingen van de BSO richting Verzorging in het tweede werkjaar de kans via een begeleid bezoek en gerichte opdrachten de fertiliteitafdeling van het ZOL Genk beter te leren kennen.
Omwille van het feit dat de leerlingen van Kantoor en Handel in de derde graad via onder andere stages, GIP… voldoende contacten leggen met bedrijven situeert het derde werkjaar van het BRES-project zich enkel nog in ASO Economie en BSO Verzorging.
De leerlingen van Economie-Wiskunde werken in het vijfde en zesde jaar tijdens de vrije ruimte aan een project Economie-Engels. Tijdens dit project, waarbij economische onderwerpen in het Engels worden behandeld, ligt de nadruk nog steeds op het aanleren van communicatieve, sociale en ICT-vaardigheden maar wordt ook de samenwerking met de bedrijfswereld benadrukt. Leerlingen kiezen in groepjes een studiebedrijf waarmee ze samenwerken. Zij kunnen hierbij ook weer een beroep doen op de BRES-bedrijven. Bovendien krijgen zij de kans om zowel in het vijfde als het zesde jaar gedurende één schooldag een medewerker van een bedrijf te volgen tijdens een observatiestage. Ook dit project wordt afgerond met een slotpresentatie voor medeleerlingen, ouders en vertegenwoordigers van de bedrijven.
In het derde werkjaar BSO Verzorging ligt de nadruk op solliciteren en/of verder studeren. Medewerkers van kinderdagverblijven en rusthuizen worden uitgenodigd om samen met de leerlingen de kneepjes van het opmaken van een sollicitatiebrief en CV en het afleggen van een gesprek onder de knie te krijgen.
Het hele project verloopt bijna papierloos; alle communicatie vindt plaats via een elektronisch leerplatform met de naam Smartschool. Leerlingen krijgen in het begin van een sessie via Smartschool concrete opdrachten toegestuurd, verwerken deze met een tekstverwerker en rekenblad en leveren hun antwoorden via dit programma terug in, zodat de betrokken leraren ze weer kunnen afhalen. Per richting zijn er een drietal leraren betrokken bij dit project, hoofdzakelijk leraren Nederlands, Economie en Informatica. In de beroepsrichtingen betreft het leraren PAV (Project Algemene Vorming) en Gezondheidsopvoeding. De leraar stuurt de verbeterde versie voorzien van de nodige opmerkingen terug via Smartschool.
Behalve een evaluatie van het binnengeleverde eindproduct door de betrokken leraren wordt er ook aandacht besteed aan de beoordeling van vaardigheden en attitudes. Op regelmatige basis evalueren de leraren de attitudes op basis van de zogenaamde SAM-schaal. Per evaluatiemoment worden drie vaardigheden beoordeeld, bijvoorbeeld houding, initiatief en verantwoordelijkheidszin en kwaliteitszorg. Bovendien krijgen de leerlingen ook de gelegenheid zichzelf en hun medegroepsleden op basis van dezelfde criteria te beoordelen. Tussen de leraren werd afgesproken de verhouding productevaluatie versus procesevaluatie vast te leggen op 70/30.

Ontvang updates via E-mail