Derde graad

Print deze pagina Print deze pagina


Algemeen

In de derde graad bestaat ons onderwijsaanbod uit:

.


K a n t o o r

Welke kennis verwerf en verwerk je?

In deze praktijkgerichte en commerciële studierichting verwerf je inzicht in een aantal informaticatoepassingen. Je leert werken met allerlei toepassingen van een professioneel kantoorpakket. Je bestudeert de documenten en verwerkt de gegevens in een boekhoudpakket op computer. Je leert allerlei verkoopsprocedures. Omwille van het toenemend belang in de bedrijfswereld krijgt de studierichting een extra accent, nl. de logistieke vorming. Zo krijg je een opleiding tot magazijnmedewerker.

Welke vaardigheden train je?

In het eerste jaar ontwikkel je je ICT-vaardigheden binnen verschillende projecten. Je besteedt veel aandacht aan de lay-out en de presentatie. De administratieve verwerking van allerlei documenten oefen je via een kantoorsi-mulatiepakket op pc. Je werkt in de kantoorklas in een afdeling (aankoop, verkoop, secretariaat, boekhouding, controle, voorraad). Je verwerkt documenten volgens vaste procedures. Regelmatig wissel je van afdeling.

In het tweede jaar oefen je de vereiste prakti-sche en commerciële vaardigheden in de kan-toorklas via het project ‘Werken in de oefenfir-ma’. Je draait mee in een afdeling van een echt bedrijf. Dit bedrijf maakt deel uit van een inter-nationaal netwerk van oefenfirma’s. Je voert administratieve en secretariaatstaken uit. Je koopt en verkoopt. Tijdens de contacten met andere oefenfirma’s krijg je meerdere kansen om je communicatieve vaardigheden in de ver-schillende talen concreet toe te passen. Ook allerlei ICT-vaardigheden moet je gebruiken binnen de context van de oefenfirma. Verdere praktijkervaring verwerf je tijdens je bedrijfsstages. Je streeft naar optimale kwaliteit. Je werkt steeds klantgericht.

Welke attitudes ontwikkel je verder?

Je werkt permanent aan een zelfstandige, ordelijke en nauwkeurige houding. Samenwerken binnen een team is heel belangrijk. Je kunt hier je eigen plaats en rol correct inschatten.

Lessentabel:

Vak Uren
Godsdienst 2/2
Lichamelijke opvoeding 2/2
Project algemene vakken 4/4
Zakelijke communicatie Nederlands 2/0
Engels 2/2
Duits 1/1
Zakelijke communicatie Frans 3/2
Boekhouden 3/2
Wetgeving 2/1
Secretariaat 6/3
Logistieke vorming 2/2
Workshops en projecten 3/0
Werken in de oefenfirma 0/4
Stages 0/9
TOTAAL: 32/34

Top

.


O r g a n i s a t i e h u l p

Algemeen

In de richting Organisatiehulp word je voorbereid op tewerkstelling in de dienstverlenende sector: voedingsdienst (in grootkeuken en horeca), logistieke dienst (in woon- en zorgcentrum en ziekenhuis) en ondersteunende dienst (in onderhoud, groendienst, technische dienst, linnendienst).

Welke kennis verwerf en verwerk je?

In deze studierichting ligt het accent op prakti-sche kennis: je leert dingen die je onmiddellijk kan gebruiken op de werkvloer. Je leert heel wat rond voeding en voedingshygiëne: be-reiden, bewaren, serveren. Je verwerft kennis rond tafeletiquette en HACCP-reglementering.

Binnen de logistieke dienst leer je goede zorg te bieden aan zieken en bejaarden. Je verwerft inzicht in het ouder worden. Je ervaart dat ou-deren meer en meer afhankelijk worden omdat ze minder mobiel of ziek worden.

Binnen de ondersteunende dienst leer je al doende op de werkvloer (klusjesdienst, groen-dienst, onderhoudsdienst, linnendienst) een aantal basistechnieken. Zo heb je extra kansen op tewerkstelling in de sociale economie.

Welke vaardigheden train je?

Je leert vaardigheden en beroepshoudingen met het oog op het professioneel uitvoeren van opdrachten. Je oefent spreek- en luistervaardigheden om correct om te gaan met verantwoordelijken en cliënten. Je leert gegevens inter-preteren en mondeling rapporteren aan de verantwoordelijke. Je wordt vaardig in het uitvoeren van diverse opdrachten. Via blokstages in de voedingsdienst (grootkeuken of kleinhoreca, woon- en zorgcentra of ziekenhuizen (logistieke dienst) en op de werkvloer (sociale economie) oefen je de aangeleerde technieken in het werkveld. Via projectwerking, je geïntegreerde proef en de stages toon je dat je de verworven kennis en vaardigheden op een professionele manier kan toepassen.

Welke attitudes ontwikkel je verder?

Je ontwikkelt belangrijke beroepshoudingen zoals assertiviteit, aanpassingsvermogen, flexibiliteit en verantwoordelijkheid. Betrouwbaarheid en discretie zijn eveneens belangrijke troeven. Je leert werken in team en je kunt je eigen taak correct inschatten. Je werkt steeds cliëntgericht en je kunt je inleven in zijn situatie.

Lessentabel:

Vak Uren
Godsdienst 2/2
Lichamelijke opvoeding 2/2
Engels 2/2
Project algemene vakken 4/4
Basismodules
Exploratie van eigen leefomgeving 2/0
Hygiëne, veiligheid en EHBO 1/1
Participatie aan de arbeidswereld 2/1
Plastische opvoeding 2/2
Sociale activiteiten 2/2
Specifieke modules:
Praktijk Logistieke dienst 2/2
Praktijk Voedingsdienst 6/6
Blokstages 7/10
TOTAAL: 34

Top

.


V e r z o r g i n g

Welke kennis verwerf en verwerk je?

Je verdiept je in de ontwikkeling van kinderen – vooral baby’s en peuters – en in opvoedingsprincipes. Je leert over kinderziektes en vaccinaties.

Je verwerft inzicht in de functie van de verzor-gende in een kinderdagverblijf en in de wettelij-ke bepalingen die te maken hebben met kinderopvang en de professionele verzorgende.

Je verdiept je eveneens in de leefwereld van de bejaarden. Je verwerft kennis over het ouder worden en hoe de bejaarde dit beleeft. Je leert over ziektes en beperkingen die veelvuldig bij bejaarden voorkomen.

Je verwerft inzicht in de functie van de verzor-gende in een woon- en zorgcentrum en in de wettelijke bepalingen die te maken hebben met bejaardenzorg en –voorzieningen.

Welke vaardigheden train je?

Je oefent spreek- en luistervaardigheden om vlot om te gaan met kinderen en bejaarden. Je leert observeren, gegevens correct interpreteren en mondeling rapporteren om zo te kunnen inspelen op de behoeften van het kind en/of de oudere. Je leert ontwikkelingsstimulerende activiteiten voor kinderen en vrijetijdsactiviteiten voor bejaarden organiseren. Je gaat creatief op zoek naar wat kinderen en bejaarden boeit. Op vlak van zelfredzaamheid waak je erover dat de zorgvrager zoveel mogelijk zelf zijn zorg in handen neemt. Je wordt vaardig in verzorgingstechnieken. Via blokstages in kinderdagverblijven en woon- en zorgcentra oefen je deze technieken in het werkveld. Via de projectwerking en je geïntegreerde proef toon je dat je de verworven kennis en vaardigheden op een professionele manier en zelfstandig kan toepassen.

Welke attitudes ontwikkel je verder?

Je kan je aanpassen aan en je inleven in de situatie van de zorgvrager en zijn familieleden. Je bent bereid hen warmte, belangstelling en affectie te geven. Betrouwbaarheid, discretie, zin voor humor en kalmte zijn belangrijke troeven. Je leert werken in team en je kunt je eigen rol correct inschatten. Je voert je praktische vaardigheden nauwkeurig en stipt uit met aandacht voor veiligheid, gezondheid, hygiëne en ergonomie. Je gaat discreet om met informatie over de zorgvrager.

Toekomstmogelijkheden

Reeds na het zesde jaar kunnen de leerlingen naar het HBO Verpleegkunde. Om vlot werk te vinden in de zorgsector volgen de leerlingen een specialisatiejaar. Indien ze dit met succes afwerken, krijgen ze het diploma van het secundair onderwijs. Heel vaak is dit de voorwaarde om in de sector te-werkgesteld te worden.

Lessentabel:

Vak Uren
Godsdienst 2/2
Lichamelijke opvoeding 2/2
Engels 2/2
Project algemene vakken 4/4
Praktijkoefeningen zorg voor woon-
en leefsituatie
2/2
Omgangskunde 4/4
Praktijk Omgangskunde 2/2
Verzorging 5/3
Praktijkoefeningen Verzorging 1/1
Participatie aan de arbeidswereld 0/2
Blokstages 10/10
TOTAAL: 34

Top

.

HTML clipboard


E c o n o m i eWelke kennis verwerf en verwerk je?In het specifieke vak Economie analyseer je economische problemen en je benadert ze vanuit verschillende invalshoeken.Welke vaardigheden train je?

Je onderzoekt economische vraagstukken en gebruikt hierbij allerlei informatiebronnen. Je legt contacten met de bedrijfswereld om gegevens te verzamelen om deze verder te verwerken. Het probleemoplossend denken veronderstelt zowel communicatieve als onderzoeksvaardigheden zoals observeren, analyseren, verklaren en kritisch evalueren.

Je maakt oordeelkundig gebruik van de ICT-vaardigheden om gegevens te verzamelen en de resultaten te presenteren.

Welke attitudes ontwikkel je verder?

Je hebt interesse voor de evolutie van economisch-maatschappelijke ontwikkelingen en voor de actualiteit. Je denkt graag nauwkeurig en objectief na over theorieën. Samenwerken met anderen stimuleert je om kritisch te reflecteren over jezelf.