Tweede graad
Print deze pagina
In de tweede graad van het TSO bieden we volgende studierichtingen aan:
.
H a n d e l
Welke kennis verwerf en verwerk je?
Handel is doorstromingsonderwijs. Daarom krijg je een brede algemene vorming. Omdat je later terecht komt in een commerciële wereld waarin je veel moet communiceren met mensen, leer je de specifieke handelstaal. Vreemde talen zijn belangrijk omdat je terecht komt in een internationale omgeving. Je verwerft de basiskennis rond documenten, boekhouding en BTW-wetgeving zodat je snel deze informatie kan verwerken via de computer.
Welke vaardigheden train je?
De praktische taalvaardigheden (lezen, luisteren, spreken, schrijven) oefen je vooral in een realistische context. Via immersieonderwijs en taaluitwisselingen proberen wij vooral de spreekdurf te bevorderen. De leerlingen hebben reeds de ICT-basisvaardigheden verworven in de eerste graad. Hierop bouwen wij verder. Zij leren werken met professionele pakketten zodat ze problemen kunnen oplossen.
Welke attitudes ontwikkel je verder?
Je hebt interesse voor de administratie en communicatie in bedrijven en instellingen. Je hebt commerciële aanleg en gaat binnen deze context graag met mensen om. Je kan zelfstandig en nauwkeurig praktische toepassingen uitvoeren. Je kan goed samenwerken met anderen. Je kan je eigen rol binnen de groep goed inschatten.
Lessentabel:
| Vak | Uren |
| Godsdienst | 2/2 |
| Aardrijkskunde | 1/1 |
| Geschiedenis | 1/1 |
| Lichamelijke opvoeding | 2/2 |
| Natuurwetenschappen | 2/2 |
| Engels | 3/3 |
| Frans | 4/4 |
| Nederlands | 4/4 |
| Wiskunde | 4/4 |
| Bedrijfseconomie | 6/6 |
| Toegepaste informatica | 3/3 |
| TOTAAL: | 32 |
.
S o c i a l e en t e c h n i s c h e w e t e n s c h a p p e n
Welke kennis verwerf en verwerk je?
In de sociale wetenschappen werk je rond het fysieke, psychische en sociale gedrag van de mens en leg je verbanden met opvoedkundige aspecten. Je verdiept je in de problematiek van de mindervalide. In natuurwetenschappen onderzoeken de leerlingen een aantal natuurverschijnselen op een geïntegreerde wijze. Zij verwerven basisbegrippen en onderzoeks-competenties in practica en projecten.
In de Integrale opdrachten is er een praktische en thematische aanpak: het is een samenspel van voeding, sociale wetenschappen en natuurwetenschappen. Je wordt aangesproken op je kritische zin, creativiteit en probleemoplossend vermogen.
Welke vaardigheden train je?
Je werkt rond volgende competenties:
• een sociaal of natuurwetenschappelijk the-ma onderzoeken;
• een activiteit of maaltijd organiseren voor een groep;
• mondeling presenteren;
• de eigen studieloopbaan in handen nemen.
Sociale vaardigheden en taalvaardigheden oefen je in praktische, interactieve contexten. Je leert gestructureerde teksten produceren via het werken aan je integrale opdrachten en projecten. Vaardigheden voor proefondervindelijk leren zoals observeren, analyseren en formuleren van verklaringen verwerf je tijdens labo-oefeningen en integrale opdrachten.
Welke attitudes ontwikkel je verder?
Je hebt interesse voor evoluties in de sociaal-maatschappelijke domeinen en je hebt doorzettingsvermogen om je professioneel handelen levenslang te ontwikkelen. Je bent bereid tot communicatie, je zorgt voor een stijlvol en vlot voorkomen en je omgangstaal is beschaafd. Je werkt kwaliteitsvol en resultaatgericht en je wil onderzoeksresultaten kritisch evalueren. Je hebt interesse voor voeding en toegepaste wetenschappen. Je hebt een ernstige en zelfstandige studiehouding. Je bent creatief en handelt graag.
Toekomstmogelijkheden
Na de derde graad studeren de leerlingen met succes verder studeren in de professionele bacheloropleidingen. Enkele voorbeelden: bachelor in voedings- en dieetleer, bachelor in de verpleegkunde, bachelor in facilitair management, bachelor in het onderwijs (kleuter, lager, secundair onderwijs), bachelor in de orthopedagogie, bachelor in sociaal werk.
Lessentabel:
| Vak | Uren |
| Godsdienst | 2/2 |
| Aardrijkskunde | 1/1 |
| Geschiedenis | 1/1 |
| Lichamelijke opvoeding | 2/2 |
| Frans | 3/3 |
| Engels | 2/2 |
| Nederlands | 4/4 |
| Plastische opvoeding | 1/1 |
| Wiskunde | 3/3 |
| Sociale wetenschappen | 3/3 |
| Natuurwetenschappen en labo | 3/3 |
| Integrale opdrachten | 6/6 |
| Informatica | 1/1 |
| Blokstages | 0/0 |
| TOTAAL: | 32 |
.
E c o n o m i eWelke kennis verwerf en verwerk je?
In het specifieke vak Economie analyseer je economische problemen en je benadert ze vanuit verschillende invalshoeken.
Welke vaardigheden train je?
Je onderzoekt economische vraagstukken en gebruikt hierbij allerlei informatiebronnen. Je legt contacten met de bedrijfswereld om gegevens te verzamelen om deze verder te verwerken. Het probleemoplossend denken veronderstelt zowel communicatieve als onderzoeksvaardigheden zoals observeren, analyseren, verklaren en kritisch evalueren.
Je maakt oordeelkundig gebruik van de ICT-vaardigheden om gegevens te verzamelen en de resultaten te presenteren.
Welke attitudes ontwikkel je verder?
Je hebt interesse voor de evolutie van economisch-maatschappelijke ontwikkelingen en voor de actualiteit. Je denkt graag nauwkeurig en objectief na over theorieën. Samenwerken met anderen stimuleert je om kritisch te reflecteren over jezelf.

Ontvang updates via E-mail